ONZE SINT-JOZEFSKERK

 

Moorsel heeft op parochiaal gebied altijd bij de parochie Sterrebeek behoord tot de Franse revolutie. Daarna werd het bij Tervuren gevoegd. Na ongeveer 30 jaar werd Moorsel terug ondergebracht bij Sterrebeek tot het in 1908 definitief bij Tervuren gevoegd werd. In 1965 werden we een zelfstandige parochie.

Op het einde van de 19e, begin 20e eeuw waren de gebroeders Coosemans en vele Moorselaars het beu om vooral in de winter steeds door de modder te moeten ploeteren om naar de mis te gaan. Jozef en Albert Coosemans, twee ongetrouwde hereboeren, klopten aan bij de aartsbisschop met het plan een kerk te bouwen in Moorsel.

Na rijp overleg kregen ze van het aartsbisdom het antwoord: bouw de kerk centraal tussen de gehuchten Moorsel, Coige en Vrebos. Daar bovenop moesten ze ook nog een aanzienlijke som storten zodat het bisdom met de interest, de bedienaar van de kerk zou kunnen betalen.

De broers betaalden, maar hielden het been stijf wat de bouwplaats betrof. Waar nu de gemeentelijke basisschool staat werd een baksteenoven opgezet met 400.000 stenen.

De gebroeders Coosemans beschikten over de plannen van een neogotische kerk met drie beuken. Uit besparingsoverwegingen werd de kerk herleid tot 1 beuk. Op 1 mei 1905 werd de eerste steen gelegd van de kerk.

Zes metsers, allen Moorselaars, begonnen aan de bouw. De metsers wijzigden het plan meerdere malen. Het koor werd 2 meter korter en het schip werd 1 meter smaller. Ook de toren werd ingekort. In juni 1906 werd het kerkmeubilair geleverd, en op 5 december van datzelfde jaar, werd onze kerk gewijd door deken De Neus van Zaventem. Het hele verhaal van onze kerk is heel waarschijnlijk het verhaal van de Paradijsvogels, de bekende televisiereeks van de VRT.

 

Onze kerk heeft ook al van het begin van zijn bestaan een Lourdesgrot aan de achterzijde.

De kerk heeft geen schatten maar toch bezitten we een bijzonder O.L.Vrouwbeeld.

“Maria Onbevlekte Ontvangenis?” zo noemden de zusters van Overijse het van wie we het beeld kregen. Vermoedelijk is het afkomstig uit het Leuvense.

 

Kunsthistoricus Lode De Clercq probeert ons te helpen:

Houtsculptuur voorstellende Maria en Kind. Vermoedelijk eerste helft van de 18de eeuw.

Deze uit één blok eikenhout (Quercus Robur) gebeeldhouwde sculptuur heeft een hoogte van 116 cm en een maximale breedte van 37 cm. Het monolitisch beeld is aan de achterzijde afgeplat en voorzien van een haak. Ook de boven de linker schouder uitwaaierende hoofddoek duidt er op dat de figuur ontworpen werd om tegen een achtergrond (nis ?) te staan.

Maria is gekenmerkt door een uitgelengde proportie. De extreme slankheid wordt nog versterkt door de dubbele sokkel. Onder de normale grondblok bevindt er zich nog een tweede, uit hetzelfde stuk vervaardigde sokkel die versierd is met guirlandes (13 cm hoogte).

Een kleine steekproef aan de rugzijde (gesculpteerd gedeelte) toont aan dat de Madonna nog haar oorspronkelijke polychromie draagt. Zo was de mantel in een typisch helder, lapis-achtig blauw geschilderd dat zo kenmerkend is voor Mariafiguren.

 

De kerk liep schade op tijdens WOII en deze werd voorlopig hersteld dankzij een gift van een gulle parochiaan. Die schade was de oorzaak dat, op het einde van de vorige eeuw en begin van deze eeuw, renovatiewerken nodig waren. De kerk was al geruime tijd aan een opknapbeurt toe. Vooral de toren was erg vervallen, met gevaar voor vallende stenen. Midden de jaren negentig vroeg de gemeente aan architect D. Debrouwer om een studie te maken. Het resultaat van deze studie was duidelijk: het gebouw vertoonde veel gebreken en moest dringend hersteld worden!!

In 1998 was het dan zover. De buitenzijde werd eerst onder handen genomen. Toen een gespecialiseerde firma het hout van het dak en de zoldering wou behandelen en herstellen, ontdekte men dat het hout was aangetast door de huisboktor. Hierdoor was men ook verplicht een binnenrestauratie uit te voeren. Oorspronkelijk dacht men het dak en het plafond volledig te ontmantelen. Om financiële redenen werd hiervan afgezien. Het plafond werd verwijderd, en het houtwerk van het dak werd van binnen uit opgeknapt. Er kwam een nieuw plafond in hout tegen de dakvlakken en het resultaat mag gezien worden. Het idee kwam van architect D. Debrouwer.

 

Het koor kreeg eveneens een grondige beurt. Na het blootleggen van fragmenten van de oude sjabloontekeningen, werden deze opnieuw op de muren aangebracht. De zijaltaren werden niet afgebroken maar mooi opgepoetst. Ook de sokkel van het hoofdaltaar werd terug in ere hersteld en de oorspronkelijke vloer kwam van onder het tapijt. Zelfs de communiebank staat er weer.

Heel opmerkelijk is de opstelling van de stoelen. Pastoor Jaak Vandelook was de grote bezieler. Het idee zelf komt van priester-architect Paul Vanderstuyft. De stoelen staan in een ellipsopstelling en in de respectievelijke brandpunten staan dan het altaar en de lezenaar. Het is een versterking van de woorddienst, zoals het tweede Vaticaans concilie het propageerde. “Het woord is mens geworden”

en het woont nog steeds onder de mensen.

 

De patroonheilige van onze parochie is de H. Jozef. Zo heette immers de oudste van de gebroeders Coosemans.Het oude Sint-Jozefbeeld is verdwenen. Pastoor Lauwers kocht een nieuw beeld bij de firma Haenecour in Anderlecht. Het is een modernere versie van het oude. Het beeld werd gesculpteerd door Jef Alexander, in de jaren ’60 werkzaam in de ateliers van de firma Haenecour.

 

Tot vóór enkele decennia genoot ook de H. Cornelius een bijzondere verering in Moorsel. De heilige werd in Moorsel intens aanbeden. Iedere eerste dinsdag van de maand was er een begankenismis (opgedragen aan het zijaltaar van de H. Cornelius) en op tweede paasdag was het een grote toeloop van gelovigen uit de wijde omgeving die op bedevaart kwamen naar Moorsel.

Aangezien de geneeskunde nog niet het peil van vandaag kende, en bovendien niet voor iedereen toegankelijk was, werd de voorspraak van Cornelius ingeroepen in de strijd tegen allerlei ziekten, in het bijzonder deze die het leven van kinderen in gevaar konden brengen. Aandoeningen zoals stuipen en kinkhoest, en de vallende ziekte (epilepsie) behoorden tot zijn specialiteiten. Sint-Jozef en de heilige Cornelius staan in de voorgevel van de kerk.